Deze website maakt gebruik van cookies voor statistiek-doeleinden. Gaat u hiermee akkoord? Ja Nee
 

STAAL

Staal kan door middel van ijzerfosfateren, zinkfosfateren, mangaanfosfateren, chroomvrij of via een chroom III proces voorbehandeld worden. De belangrijkste verschillen tussen de drie toepassingen zijn de volgende:

IJzerfosfaatlagen worden aangebracht ter verbetering van de hechting van de coating op het substraat, en ter verbetering van de corrosiebestendigheid van het totale systeem. Doormiddel van ijzerfosfateren wordt er een conversielaag aangebracht op het substraat. De conversielaag zorgt voor een goede hechting van de coating op het oppervlak en geeft daarnaast bescherming tegen corrosie.

Zinkfosfaatlagen worden op staal toegepast als ondergrond voor het coaten omdat een zinkfosfaatlaag een goede lakhechting garandeert en een goede bescherming tegen onderroest geeft. Bij zinkfosfateren kunnen dikkere fosfaatlagen ontstaan dan bij ijzerfosfateren. Hierdoor wordt zinkfosfateren ingezet bij buitentoepassingen zoals in de architectuur en autoonderdelen. Na zinkfosfateren wordt vaak een passiveerbehandeling toegepast.

Mangaanfosfaatlagen zijn dikker dan ijzer- of zinkfosfaatlagen. Hierdoor zijn ze niet geschikt als ondergrond voor een coatingysteem maar worden ze als eindlaag gebruikt.

Het chroomvrij voorbehandelen van staal is een proces op basis van een organisch reactief polymeer en kan zowel continu als discontinu op verschillende metalen worden behandeld, voor binnen- en buitentoepassing, in sproei- en dompelinstallaties.